ECLI:NL:RBDHA:2020:7500
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging tot verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofrenie en zwakbegaafdheid
De rechtbank Den Haag behandelde op 15 juli 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro voor betrokkene, geboren in 1985, die lijdt aan schizofrenie en zwakbegaafdheid. Betrokkene woont in een beschermde woonomgeving en heeft een instabiel evenwicht waarbij het stoppen of verminderen van medicatie kan leiden tot terugkeer van psychotische klachten en agressie.
Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, zijn advocaat, de behandelend arts, woonbegeleider en moeder telefonisch gehoord vanwege COVID-19 maatregelen. Betrokkene wenst te stoppen met medicatie vanwege bijwerkingen, terwijl de arts stelt dat afbouw leidt tot verslechtering. De advocaat voerde onder meer niet-ontvankelijkheid aan wegens verouderde medische verklaring, wat door de rechtbank werd verworpen.
De rechtbank concludeert dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade en agressie te voorkomen. De machtiging betreft het toedienen van medicatie, medische controles, therapeutische maatregelen en toezicht, maar wijst andere zwaardere maatregelen af. De machtiging wordt verleend voor zes maanden tot uiterlijk 21 november 2020.
De rechtbank erkent dat de behandeling na de wettelijke beslistermijn plaatsvond vanwege coronamaatregelen, maar dit leidt niet tot niet-ontvankelijkheid. De beschikking is gegeven door rechter M.F. Baaij en griffier F.A.M. Vreeswijk, en tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor verplichte medicatie, medische controles, therapeutische maatregelen en toezicht.