ECLI:NL:RBDHA:2020:7504
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitstel van vertrek wegens onvoldoende bewijs ontoegankelijkheid medische zorg in Marokko
Eiser, een Marokkaanse staatsburger, verzocht op 1 april 2019 om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege ernstige medische klachten. De staatssecretaris wees dit verzoek af, gesteund op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) dat stelde dat noodzakelijke medische zorg in Marokko aanwezig is en eiser kan reizen onder begeleiding.
Eiser betoogde dat het BMA-advies onjuist en onvoldoende gemotiveerd was, zijn situatie was verslechterd en dat hij de medische zorg in Marokko niet kon bekostigen of bereiken vanwege een gebrek aan sociaal netwerk. Hij verzocht ook om een onafhankelijke deskundige. De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig, inzichtelijk en concludent was en dat eiser onvoldoende concrete aanknopingspunten had geleverd om dit te betwisten.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat de noodzakelijke medische behandeling in Marokko feitelijk niet toegankelijk is, noch dat er een reëel risico bestaat op schending van artikel 3 EVRM Pro. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd buiten het toetsingskader van artikel 64 Vw Pro 2000 geplaatst. De hoorplicht was niet geschonden omdat het horen in bezwaar redelijkerwijs geen ander besluit kon opleveren.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen uitstel van vertrek toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter M.J.L. van der Waals op 30 juli 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van uitstel van vertrek is ongegrond verklaard.