ECLI:NL:RBDHA:2020:7508
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument wegens schijnrelatie als gemeenschapsonderdaan
Eiser, een Ghanese gemeenschapsonderdaan, vroeg om een verblijfsdocument op grond van zijn relatie met referente, een Portugese gemeenschapsonderdaan. Verweerder wees de aanvraag af wegens vermoedens van een schijnrelatie, gebaseerd op tegenstrijdige verklaringen en diverse ervarings- en individuele indicatoren.
Tijdens een hoorzitting via videoverbinding werden eiser en referente afzonderlijk gehoord. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek gerechtvaardigd was en dat de verklaringen onvoldoende geloofwaardig waren om het vermoeden van een schijnrelatie weg te nemen. De overgelegde bewijsstukken, zoals BRP-uittreksels en foto's, konden dit vermoeden niet weerleggen.
Eiser voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij en referente ten onrechte niet in de bezwaarprocedure waren gehoord. De rechtbank verwierp deze bezwaren en stelde vast dat het horen in bezwaar niet verplicht was gezien de omstandigheden.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag terecht had afgewezen omdat sprake was van een schijnrelatie, waardoor eiser geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan kon worden toegekend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor het verblijfsdocument wordt afgewezen wegens schijnrelatie.