Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige militaire kamer van 14 juli 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de staatssecretaris van Defensie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiser was in 1981 uitgezonden naar Libanon en heeft sindsdien PTSS en diverse fysieke klachten. Hij stelde dat Defensie aansprakelijk is voor schade door tekortschieten in zorgplicht en vroeg erkenning van restschade. Verweerder wees dit af op basis van medisch advies dat fysieke klachten niet aan uitzending gerelateerd zijn en dat reeds bestaande aandoeningen de beperkingen verklaren.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor een causaal verband tussen uitzending en fysieke klachten, waaronder rugpijn en scooterongeval. Ook het verband tussen alcoholmisbruik en uitzending werd niet aannemelijk geacht. De zorgplicht van Defensie werd niet geschonden omdat het causaal verband ontbrak.
Eiser voerde aan dat Defensie tekortschiet in nazorg en dat zijn fysieke en psychische klachten onlosmakelijk verbonden zijn met de uitzending. De rechtbank vond echter dat de medische stukken en verklaringen onvoldoende onderbouwing boden. De eerdere compensaties en pensioenen werden als voldoende beschouwd.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af. Er werd geen aanleiding gezien voor een psychiatrische expertise. De uitspraak is gedaan door een meervoudige militaire kamer van de rechtbank Den Haag op 14 juli 2020.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van causaal verband tussen uitzending en fysieke klachten.