ECLI:NL:RBDHA:2020:7691
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid na moeizame re-integratie bij Defensie
Eiser, werkzaam sinds 2006 als 1e Beheerder ICT bij Defensie, meldde zich in 2015 ziek vanwege Parkinson. Diverse functiegeschiktheidsadviezen (FGA) toonden wisselende mate van arbeidsongeschiktheid aan, met een WIA-uitkering vanaf september 2018. Na een loonsanctie van het UWV startte verweerder een tweede spoor re-integratie, waarbij eiser tientallen sollicitaties verrichtte en vijf functies werden aangeboden. Eiser gaf echter de voorkeur aan terugkeer in zijn eigen functie, waarvoor vanaf februari 2018 een moeizame re-integratie plaatsvond.
Verweerder verleende eervol ontslag wegens blijvende ongeschiktheid, wat eiser aanvocht met het argument dat het herplaatsingsonderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat hij onvoldoende ondersteuning kreeg tijdens re-integratie. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende re-integratie-inspanningen had geleverd, inclusief het opvolgen van bedrijfsartsadviezen en het aanbieden van passende functies. De rechtbank vond geen bewijs dat eiser aan zijn lot was overgelaten of dat het ontslag al vaststond.
De rechtbank concludeerde dat verweerder zijn bevoegdheid tot ontslagverlening in redelijkheid had uitgeoefend en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag wegens arbeidsongeschiktheid is ongegrond verklaard.