Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2020 in de zaak tussen
het Ministerie van Justitie en Veiligheid, te Den Haag, eiser
mevrouw [derde-partij], te [woonplaats] ,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Het Ministerie van Justitie en Veiligheid kreeg een loonsanctie opgelegd omdat het onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht voor een werknemer die sinds januari 2016 wegens psychische klachten was uitgevallen. Na bezwaar werd de loonsanctie niet verkort omdat de tekortkomingen niet waren hersteld. De werkgever stelde dat de beperkingen van de werknemer complex waren en dat telewerken en toegang tot het gebouw waren onderzocht, maar de rechtbank stelde vast dat het onderzoek naar oplossingen onvoldoende was.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat de werkgever onvoldoende had aangetoond waarom aanpassingen aan werkplek en gebouw niet mogelijk waren en dat het spoor 1 traject niet adequaat was benut. Ook de werkhervatting bij een andere werkgever was nog niet structureel. Het beginsel van hoor en wederhoor was niet geschonden omdat de werkgever de mogelijkheid had om te reageren in de beroepsprocedure.
De rechtbank bevestigde dat de loonsanctie terecht was opgelegd en niet mocht worden bekort. Het beroep van het Ministerie werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de loonsanctie terecht niet is bekort.