ECLI:NL:RBDHA:2020:7788
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en zorgvuldigheidsgebrek
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw met twee minderjarige kinderen, diende een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk was voor de behandeling. Eiseres stelde dat haar zienswijze ten onrechte niet was meegenomen in de besluitvorming, wat een zorgvuldigheidsgebrek opleverde. De rechtbank erkende dat de zienswijze niet was meegenomen, maar paste artikel 6:22 Awb Pro toe omdat eiseres hierdoor niet in haar belangen was geschaad.
Eiseres voerde aan dat Duitsland niet langer als verantwoordelijke lidstaat kon worden beschouwd vanwege mogelijke schendingen van internationale verplichtingen, (indirect) refoulement, onvoldoende opvangvoorzieningen en gebrek aan effectief rechtsmiddel. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in dit geval van toepassing was en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Duitsland niet aan zijn verplichtingen zou voldoen.
De rechtbank verwierp het beroep mede omdat de situatie in Duitsland niet vergelijkbaar was met die in het Tarakhel-arrest en verweerder terecht kon uitgaan van het claimakkoord en het rechtsbijstandssysteem in Duitsland. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van € 1.050,-.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en verweerder is veroordeeld in de proceskosten.