ECLI:NL:RVS:2007:BB1457
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens niet toezenden voornemen aan gemachtigde
Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, welke door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie op 16 november 2006 werd afgewezen. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep klaagde appellant dat het voornemen tot besluit niet aan zijn gemachtigde was toegezonden, terwijl deze hem bijstond.
De Raad van State overwoog dat het toezenden van het voornemen aan de gemachtigde een essentieel onderdeel is van de zorgvuldige procedure zoals bedoeld in artikel 2:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het voornemen niet aan de gemachtigde was toegezonden, werd het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden en was de gemachtigde niet in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen.
De omstandigheid dat het voornemen wel aan appellant persoonlijk was uitgereikt, maakte dit niet anders, omdat appellant mocht aannemen dat zijn gemachtigde een kopie zou ontvangen. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel door het niet toezenden van het voornemen aan de gemachtigde.