Uitspraak
3.Intrekking Nederlanderschap (SGR 20/1382)
Dubbele nationaliteit
Rechtbank Den Haag
Eiser, geboren in 1997 met dubbele Nederlandse en Turkse nationaliteit, reisde in juni 2017 naar Syrië om zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie. De AIVD bracht een ambtsbericht uit waarin werd vastgesteld dat eiser zich aansloot bij Hay’at Tahrir al-Sham (HTS), een organisatie die op de lijst van terroristische organisaties staat. Verweerder trok op grond van artikel 14 lid 4 RWN Pro het Nederlanderschap van eiser in en verklaarde hem tot ongewenst vreemdeling.
De rechtbank overwoog dat de intrekking en ongewenstverklaring gebaseerd zijn op voldoende feitelijke gronden, ondanks het ontbreken van inzage in geheime stukken vanwege weigering van toestemming door eiser. De rechtbank verwierp de argumenten van eiser over de aard van HTS, de vermeende misleiding en de mogelijke schending van artikel 8 EVRM Pro. Ook werd het beroep op discriminatie en samenloop met strafrecht niet gegrond verklaard.
De rechtbank concludeerde dat de maatregelen niet onevenredig zijn en dat eiser een actuele bedreiging vormt voor de nationale veiligheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van het Nederlanderschap en de ongewenstverklaring blijven in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van het Nederlanderschap en de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.