ECLI:NL:RVS:2021:1985
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming vertrouwelijke AIVD-stukken wegens nationale veiligheid
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties heeft namens de AIVD vertrouwelijke stukken overgelegd en verzocht dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kennis neemt van deze stukken.
De Afdeling heeft op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht een belangenafweging gemaakt tussen het belang van appellant om alle relevante informatie te ontvangen en het belang van de nationale veiligheid. De Afdeling oordeelt dat het belang van de nationale veiligheid zwaarder weegt dan het belang van appellant om kennis te nemen van de vertrouwelijke stukken.
Daarom is het verzoek tot beperkte kennisneming van de stukken gerechtvaardigd en toegewezen. Hiermee wordt voorkomen dat lopende en toekomstige onderzoeken van de AIVD worden belemmerd en de nationale veiligheid in gevaar komt.
Uitkomst: Het verzoek tot beperking van kennisneming van vertrouwelijke AIVD-stukken wordt toegewezen vanwege het zwaardere belang van nationale veiligheid.