ECLI:NL:RBDHA:2020:7850
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij aanvraag bijstand wegens niet overleggen gevraagde gegevens
Verzoekers hebben een aanvraag bijstand ingediend die door verweerder buiten behandeling is gesteld vanwege het niet overleggen van gevraagde gegevens, waaronder informatie over onroerend goed in Marokko. Verzoekers betogen dat zij geen onroerend goed bezitten en dat de gevraagde gegevens daarom niet bestaan. De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang aanwezig vanwege een sommatie van de verhuurder.
Uit het onderzoeksrapport en overgelegde documenten blijkt een vermoeden dat verzoeker eigenaar is van onroerend goed in Marokko, onder meer op grond van een koopcontract uit 1982 en kadasterinformatie. Het betoog van verzoekers dat deze stukken niet op hen van toepassing zijn, wordt verworpen. Verzoekers zijn niet geslaagd in het aannemelijk maken dat zij niet over de gevraagde gegevens kunnen beschikken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van artikel 4:5 Awb Pro. Ook is het verstrekken van bijstand in de vorm van een lening niet aan de orde omdat verzoekers niet hebben aangetoond in bijstandbehoevende omstandigheden te verkeren. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de aanvraag bijstand wordt buiten behandeling gesteld.