ECLI:NL:RBDHA:2020:7973
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toegangsweigering en afwijzing opheffing ongewenstverklaring Belgische onderdaan wegens actuele bedreiging openbare orde
Eiser, een Belgisch onderdaan met een verleden als hoofd van het Bureau van de President in Afghanistan, kreeg de toegang tot Nederland geweigerd op grond van een ongewenstverklaring vanwege een actuele bedreiging voor de openbare orde. De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte niet opnieuw had getoetst of de bedreiging actueel was bij de toegangsweigering en dat eiser had moeten worden gehoord. Daarom werd het besluit tot toegangsweigering vernietigd.
Tegelijkertijd werd het latere besluit tot afwijzing van het verzoek om opheffing van de ongewenstverklaring beoordeeld. Verweerder had zich daarbij deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser nog steeds een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt vanwege zijn betrokkenheid bij ernstige misdrijven in Afghanistan, ondanks het tijdsverloop en het verkrijgen van de Belgische nationaliteit. De rechtbank vond deze motivering voldoende en handhaafde de rechtsgevolgen van de toegangsweigering.
Verder wees de rechtbank het beroep van eisers familieleden af wegens gebrek aan belanghebbende status. Ook werd geoordeeld dat de belangenafweging van verweerder in het kader van het evenredigheidsbeginsel zorgvuldig was gemaakt, waarbij het fundamentele belang van de samenleving zwaarder woog dan het familieleven van eiser. Het beroep tegen de afwijzing van de opheffing van de ongewenstverklaring werd ongegrond verklaard.
Ten slotte werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten wegens het motiveringsgebrek in het besluit tot toegangsweigering. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 17 juli 2020.
Uitkomst: Het besluit tot toegangsweigering wordt vernietigd wegens onvoldoende actuele motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat het verzoek om opheffing van de ongewenstverklaring terecht is afgewezen.