ECLI:NL:RBDHA:2020:7977
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitvoering overeengekomen uitbetaling verlofuren na dienstverband ambtenaar
Eiser, voormalig ambtenaar bij verweerder, stelde dat de uitbetaling van zijn verlofuren na het einde van zijn dienstverband onjuist was berekend en dat de overgangsregelingen onjuist waren toegepast. Verweerder had bij de salarisspecificatie van maart 2018 uitvoering gegeven aan een overeenkomst die partijen bij de Centrale Raad van Beroep hadden gesloten over de uitbetaling van resterende verlofuren.
De rechtbank oordeelde dat de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 februari 2018 in hoogste instantie is gewezen en daarmee bindend is. De rechtbank is van oordeel dat partijen en de rechtbank aan deze overeenkomst gebonden zijn en dat de berekening van het aantal uit te betalen verlofuren correct is uitgevoerd door verweerder.
Eiser kon niet aantonen dat er nog aanspraken waren op extra verlofuren of dat de reeds verkochte verlofuren nogmaals uitbetaald moesten worden. De rechtbank verwierp het beroep van eiser en verklaarde het ongegrond. Tevens werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door mr. M.J.L. van der Waals en is niet uitgesproken in een openbare zitting vanwege coronamaatregelen, maar zal later alsnog openbaar worden gemaakt.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de uitbetaling van verlofuren conform de overeenkomst blijft gehandhaafd.