ECLI:NL:CRVB:2018:531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.T. van den Corput
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste berekening ambtsjubileumgratificatie bij deeltijdaanstelling
Appellant was sinds 1975 in overheidsdienst en werkte vanaf 2002 bij de gemeente Den Haag. In 2011 werd een overeenkomst gesloten waarbij appellant per 1 januari 2013 eervol ontslag kreeg voor 50% van zijn werktijd, met een deeltijdaanstelling van 18 uur per week en een dienstverband tot 1 mei 2015, later verlengd tot 15 mei 2015 om het veertigjarig ambtsjubileum te behalen.
Appellant stelde dat de ambtsjubileumgratificatie naar evenredigheid van het dienstverband moest worden berekend, waarbij de eerdere 37,5 jaar fulltime dienst meegewogen moesten worden. Het college had echter de gratificatie berekend op basis van het deeltijdsalaris bij het jubileum.
De Raad oordeelde dat het college artikel 3:5:1 van Pro de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag correct had toegepast door uit te gaan van het salaris op het moment van het jubileum bij de deeltijdaanstelling. De wijziging van de einddatum van het dienstverband werd gezien als tegemoetkoming aan appellant. De stelling dat de term 'naar rato deel' in de overeenkomst een andere betekenis zou hebben, werd niet onderbouwd en vond geen steun in de regelgeving.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de berekening van de ambtsjubileumgratificatie op basis van het deeltijdsalaris bevestigd.