ECLI:NL:RBDHA:2020:8020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bouwvergunning wegens langdurig niet-gebruik en legitieme belangen gemeente
Eiser kreeg in 2010 een bouwvergunning voor het gedeeltelijk herbouwen van een woning, welke in 2017 aan hem werd overgedragen. De gemeente trok de vergunning in 2018 in wegens het langdurig niet gebruiken ervan. Eiser voerde aan dat het advies van de bezwaarschriftencommissie onzorgvuldig was, dat hij de vergunning wilde benutten, dat de intrekking in strijd was met het vertrouwensbeginsel en dat de gemeente misbruik maakte van haar bevoegdheid.
De rechtbank oordeelde dat het advies van de commissie zorgvuldig was en dat de gemeente bevoegd was de vergunning in te trekken omdat er meer dan 26 weken geen gebruik van was gemaakt. Eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij binnen korte termijn zou starten met bouwen en het niet-gebruik was aan hem toe te rekenen.
Verder was de belangenafweging van de gemeente, waarbij ook het belang van een actueel vergunningenbestand en mogelijke toekomstige woonwijk werden betrokken, redelijk. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het verbod van willekeur faalden. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bouwvergunning wordt ongegrond verklaard.