Eiseres, geboren in 1994 en met de Colombiaanse nationaliteit, vroeg kinderbijslag aan voor haar in Frankrijk geboren zoon over de periode van het eerste kwartaal 2018 tot en met het tweede kwartaal 2019. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees deze aanvraag af omdat eiseres volgens hen geen duurzame persoonlijke band met Nederland had in die periode. Eiseres woonde sinds augustus 2018 in Nederland en kreeg in december 2018 een verblijfsvergunning. Zij ontving vanaf die datum ook een bijstandsuitkering en was sinds februari 2019 ingeschreven in de Basisregistratie Personen.
De rechtbank oordeelt dat het recht op kinderbijslag afhankelijk is van het bestaan van een duurzame persoonlijke band met Nederland, waarbij alle relevante feiten en omstandigheden worden meegewogen. Hoewel eiseres de intentie had zich in Nederland te vestigen en haar zoon de Nederlandse nationaliteit heeft, woog de rechtbank mee dat zij in de eerste drie kwartalen van 2018 niet in Nederland woonde, in het vierde kwartaal slechts kort verbleef en toen nog niet ingeschreven stond in de BRP. Ook had zij toen nog geen zelfstandige woonruimte.
De rechtbank volgt de beleidsregel SB1022 van de Svb, waarin wordt bepaald dat een duurzame persoonlijke band wordt beoordeeld aan de hand van objectieve en subjectieve factoren zoals woon- en werkomgeving, gezin, financiën en inschrijving. Gezien de korte verblijfsduur en het ontbreken van zelfstandige woonruimte concludeert de rechtbank dat eiseres in de periode in geschil niet als ingezetene van Nederland kan worden aangemerkt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.