Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Leiden, verweerder
[derde-partij]te [plaats] , vergunninghouder
Rechtbank Den Haag
Vergunninghouder vroeg omgevingsvergunning aan voor functiewijziging van woonfunctie naar hostel met 92 slaapplaatsen in bestaande panden. Verweerder verleende de vergunning als planologisch kruimelgeval zonder uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Eiser betwistte dit en stelde dat sprake was van een stedelijk ontwikkelingsproject en dat het besluit in strijd was met goede ruimtelijke ordening en het woon- en leefklimaat zou aantasten.
De rechtbank oordeelde dat de functiewijziging geen stedelijk ontwikkelingsproject is vanwege het ontbreken van uitbreiding van bebouwing en verstening. Verweerder mocht de vergunning verlenen zonder uniforme procedure. De behoefte aan een hostel is voldoende onderbouwd en het beleid staat de vestiging toe. De parkeer- en fietsvoorzieningen zijn adequaat en geluidsoverlast vanuit het hostel is gemotiveerd beperkt.
Echter, de rechtbank stelt dat verweerder zich ten onrechte beperkte tot geluid binnen het hostel en geen akoestisch onderzoek heeft gedaan naar geluid van bezoekers buiten het hostel, wat noodzakelijk is voor een zorgvuldige beoordeling van het woon- en leefklimaat. Daarom is het besluit onvoldoende gemotiveerd en wordt verweerder in de gelegenheid gesteld dit te herstellen middels een bestuurlijke lus met aanvullend onderzoek en motivering.
Uitkomst: Bestreden besluit afgewezen wegens ontbreken van akoestisch onderzoek, met gelegenheid tot herstel via bestuurlijke lus.