Uitspraak
Datum uitspraak: 21 december 2022
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Leiden verleende een omgevingsvergunning om de woonfunctie van panden te wijzigen in een logiesfunctie voor een hostel met 92 slaapplaatsen. Een omwonende, appellant, maakte bezwaar vanwege vrees voor geluidsoverlast en aantasting van het woon- en leefklimaat.
De rechtbank stelde vast dat het college aannemelijk had gemaakt dat geluid vanuit het hostel binnen de normen blijft, mede door voorschriften in de vergunning en huisregels. Wel was onvoldoende inzicht in geluidsoverlast buiten het hostel, waarop aanvullend akoestisch onderzoek werd uitgevoerd.
De Raad van State oordeelde dat het akoestisch onderzoek zorgvuldig was en dat de gehanteerde geluidnormen passend zijn, ook voor geluid buiten het hostel. De vrees voor geluidsoverlast door taxi’s, rolkoffers en stemgeluid werd niet aannemelijk geacht in die mate dat het woon- en leefklimaat onevenredig wordt aangetast. Andere beroepsgronden werden als herhaling beoordeeld en niet inhoudelijk behandeld. De uitspraken van de rechtbank worden bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de omgevingsvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.