ECLI:NL:RBDHA:2020:8079

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 augustus 2020
Publicatiedatum
24 augustus 2020
Zaaknummer
NL20.15092
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 Vreemdelingenwet 2000Art. 14 Verordening (EU) nr. 2016/399Art. 94 Vreemdelingenwet 2000Art. 106 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel grensprocedure en schadevergoeding

Eiseres, een Singaporaanse nationaliteit, kreeg op 5 augustus 2020 een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd na een toegangsweigering op grond van de Schengengrenscode en de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde dat de toegangsweigering onrechtmatig was en betwistte daarmee ook de rechtmatigheid van de daarop volgende vrijheidsbeperkende maatregel.

De rechtbank overweegt dat het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet ziet op de toegangsweigering zelf, omdat deze laatste apart administratief moet worden aangevochten. De rechtbank gaat daarom uit van de rechtmatigheid van de toegangsweigering zolang daarover geen definitieve uitspraak is gedaan.

Omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vrijheidsbeperkende maatregel onrechtmatig is opgelegd, wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Indien in het administratief beroep op de toegangsweigering alsnog wordt geoordeeld dat deze onrechtmatig was, kan eiseres daar alsnog schadevergoeding voor vragen of opnieuw beroep instellen tegen de maatregel.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.L.E. Bakels en griffier G.A. Verhoeven, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.15092

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres, V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J. Luscuere),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. T. Stelpstra).

Procesverloop

Bij besluit van 5 augustus 2020 is aan eiseres op grond van artikel 14, gelezen in samenhang met artikel 6 van Pro Verordening (EU) nr. 2016/399 (Schengengrenscode) de toegang geweigerd. Bij besluit van 5 augustus 2020 (het bestreden besluit) is aan eiseres op grond van artikel 6, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding toe te kennen.
Verweerder heeft op 6 augustus 2020 de vrijheidsbeperkende maatregel opgeheven omdat eiseres is uitgezet.
Partijen hebben toestemming verleend de zaak schriftelijk te behandelen.
Eiseres heeft op 17 augustus 2020 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft op 18 augustus 2020 een reactie ingediend. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiseres heeft de Singaporaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedag] 1981.
2. Omdat de vrijheidsbeperkende maatregel is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiseres schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van Pro de Vw kan de rechtbank, indien de maatregel al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de maatregel, aan eiseres een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
3. Eiseres heeft zich – kortgezegd – op het standpunt gesteld dat de grensdetentie, volgend op de toegangsweigering, een rechtmatige grondslag ontbeert nu de toegangsweigering om verschillende redenen niet rechtmatig was. Eiseres bestrijdt de overwegingen van de voorzieningenrechter in de uitspraak van 5 augustus 2020 (AWB 20/6226).
4. De rechtbank overweegt als volgt.
5. Op grond van artikel 94, tweede lid, van de Vw wordt, indien aan de vreemdeling een besluit tot toegangsweigering is uitgereikt, het beroep tegen een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in onder meer artikel 6 van Pro die wet geacht mede een beroep tegen het besluit tot toegangsweigering te omvatten.
6. Omdat in dit geval aan eiseres geen vrijheidsontnemende, maar een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 6, eerste lid, van de Vw is opgelegd, mist artikel 94, tweede lid, van de Vw toepassing en moet tegen het besluit tot toegangsweigering afzonderlijk administratief beroep bij verweerder worden ingesteld. Zie daartoe de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 augustus 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2728).
Dit heeft eiseres, tezamen met het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening, gedaan. Op 5 augustus 2020 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank, zittingsplaats ’s Hertogenbosch (AWB 20/6226), het verzoek om een voorlopige voorziening hangende het administratief beroep afgewezen.
7. Hetgeen eiseres in beroep heeft aangevoerd ziet op de toegangsweigering. Nu nog niet is beslist op het administratief beroep tegen de toegangsweigering, dient de rechtbank bij de beoordeling van dit beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel uit te gaan van de rechtskracht en dus de rechtmatigheid van de toegangsweigering. De rechtbank overweegt voorts dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat aan haar niet de maatregel van artikel 6, eerste lid, van de Vw, mocht worden opgelegd. Er is daarom geen grond voor het oordeel dat de vrijheidsbeperkende maatregel ten onrechte is opgelegd. Indien in de procedure in administratief beroep mocht worden geconcludeerd dat eiseres ten onrechte de toegang is geweigerd, dan kan eiseres in die procedure om schadevergoeding verzoeken of opnieuw beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel instellen.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.E. Bakels, rechter, in aanwezigheid van mr. G.A. Verhoeven, griffier.
Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is gedaan op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.