ECLI:NL:RBDHA:2020:8239
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging toegang maatschappelijke opvang niet in strijd met rechtszekerheidsbeginsel
Eiser, een Nederlandse ingezetene zonder vaste woon- of verblijfplaats, had een maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang en toestemming voor gebruik van een gemeentelijk postadres toegekend gekregen. Dit besluit werd later ingetrokken en beëindigd omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
Eiser voerde aan dat de motivering van het besluit ondeugdelijk was en dat het rechtszekerheidsbeginsel werd geschonden. Hij stelde dat hij zich in België niet kon handhaven vanwege een strafrestant.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij zich niet kon handhaven in de samenleving, mede omdat zijn echtgenote in België een inkomen en woning heeft. Het oorspronkelijke toekenningsbesluit was onjuist, waardoor het college bevoegd was het besluit te beëindigen zonder strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.P. Verloop op 5 augustus 2020.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de maatschappelijke opvang is rechtmatig.