Appellant, werkzaam als generalist Gebiedsgebonden Politie (GGP), werd in 2014 bevorderd tot senior GGP na een positief assessment dat voldeed aan het vereiste van verwachte geschiktheid. De korpschef trok dit besluit later in op grond van eerdere negatieve beoordelingen en een disciplinaire maatregel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de korpschef het assessment buiten beschouwing mocht laten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het oorspronkelijke bevorderingsbesluit in lijn was met het geldende beleidsdocument en dat de korpschef niet bevoegd was het besluit in te trekken, omdat niet buiten twijfel stond dat het besluit onjuist was. Intrekking op grond van bijzondere omstandigheden is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak van de rechtbank, herroept het intrekkingsbesluit en laat het bevorderingsbesluit van 22 oktober 2014 herleven. Tevens veroordeelt de Raad de korpschef in de proceskosten en bepaalt vergoeding van griffierecht.