ECLI:NL:RBDHA:2020:8240
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag huishoudelijke hulp wegens gebruikelijke zorg door meerderjarige inwonende zonen
Eiseres, met diverse lichamelijke en psychische beperkingen, vroeg verlenging van huishoudelijke hulp op grond van de Wmo 2015. Verweerder weigerde dit omdat haar twee meerderjarige zonen deel uitmaken van haar leefeenheid en de benodigde huishoudelijke hulp als gebruikelijke zorg kunnen bieden.
Eiseres betwistte dat haar zonen tot haar huishouden behoren, stellende dat zij vooral bij hun vriendinnen verblijven, chaotisch zijn en niet kunnen worden aangesproken op huishoudelijke taken. De rechtbank stelde vast dat de zonen in de Basisregistratie Personen op het adres van eiseres staan ingeschreven, meerdere dagen per week aanwezig zijn en hun correspondentie op dat adres ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat de zonen tot de leefeenheid behoren en dat van meerderjarige inwonende kinderen mag worden verwacht dat zij, naast werk en studie, huishoudelijke taken kunnen uitvoeren. Eiseres had onvoldoende objectief bewijs geleverd dat haar zonen hiertoe niet in staat zijn. De aanvraag werd daarom terecht afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag huishoudelijke hulp omdat de zonen van eiseres de benodigde zorg als gebruikelijke hulp kunnen verlenen.