ECLI:NL:CRVB:2019:2616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke afwijzing van maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden wegens inzet gebruikelijke hulp kinderen
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven om de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden niet langer te verstrekken. Eerder had de Raad het besluit van het college vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en gebrekkige communicatie met appellante en haar huisgenoten.
Na nader onderzoek concludeerde het college dat de kinderen van appellante, zo nodig met haar aansturing, in staat zijn de huishoudelijke taken uit te voeren. Hoewel de kinderen onvoldoende medewerking verleenden aan de geboden ondersteuning, werd dit risico aan appellante toegerekend. Appellante slaagde er niet in met objectieve medische gegevens aan te tonen dat haar kinderen door lichamelijke of psychische klachten niet in staat zijn huishoudelijke taken te verrichten of dat zij hen niet kan aansturen.
De Raad oordeelde dat het college voldoende zorgvuldigheid in het onderzoek betrachtte en dat de huishoudelijke taken binnen de grenzen van gebruikelijke hulp vallen. Het beroep van appellante werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van 18 mei 2018 bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van hulp bij het huishouden blijft in stand.