ECLI:NL:RBDHA:2020:8274
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na vertrek uit Nederland
Eiser, een Kroatische EU-burger, had bezwaar gemaakt tegen het besluit dat hij geen rechtmatig verblijf in Nederland had. Na intrekking van een eerder besluit verklaarde de staatssecretaris het bezwaar opnieuw ongegrond. Eiser stelde beroep in, maar is inmiddels Nederland verlaten.
De rechtbank stelt vast dat het vertrek van eiser betekent dat hij geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep tegen het bestreden besluit, omdat hij geen rechtmatig verblijf meer kan verkrijgen. Ook het argument van eiser dat een belangenafweging bij het primaire besluit had moeten plaatsvinden, wordt verworpen omdat deze afweging niet nodig is als geen verwijderingsbesluit wordt genomen.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Er wordt geen inhoudelijk oordeel gegeven over de verblijfsstatus van eiser in het verleden, en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser Nederland heeft verlaten.