Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummeraanduiding]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Poolse nationaliteit, werd op 29 juni 2020 in bewaring gesteld wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf en het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken. De maatregel werd later opgeheven op 2 juli 2020. Eiser stelde beroep in tegen de bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest. Verweerder had als zware gronden genoemd dat eiser een beschikking had gekregen om binnen 28 dagen te vertrekken naar Polen, maar hieraan niet had voldaan. Eiser voerde aan dat reisbeperkingen door de coronacrisis vertrek onmogelijk maakten, maar de rechtbank oordeelde dat eiser niet had aangetoond dat Polen zijn eigen onderdanen de grens had gesloten en dat eiser geen pogingen tot vertrek had gedaan.
Verder stelde eiser dat een lichter middel, zoals een meldplicht, passend was vanwege zijn vrees voor onmenselijke behandeling in Polen vanwege zijn seksuele geaardheid. De rechtbank stelde vast dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom bewaring noodzakelijk was en dat het niet aan eiser is om te bepalen naar welk land hij moet vertrekken. De rechtbank concludeerde dat de bewaring terecht was opgelegd en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.