ECLI:NL:RBDHA:2020:8567
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, met de Gambiaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 22 juni 2020.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Tijdens de zitting op 14 juli 2020, die gecombineerd werd behandeld met een soortgelijke zaak (NL20.13209), was verzoeker niet aanwezig en ook zijn gemachtigde kon wegens verhindering niet verschijnen. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank het beroep in de hoofdzaak ongegrond heeft verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga en griffier mr. L. Ruizendaal-van der Veen, en is niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoofdberoep ongegrond is verklaard.