ECLI:NL:RBDHA:2020:8590

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 september 2020
Publicatiedatum
3 september 2020
Zaaknummer
20.9507
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens termijnoverschrijding in vreemdelingenrecht afgewezen

Opposanten hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk vanwege het niet tijdig indienen van de beroepsgronden. Tegen deze uitspraak is verzet ingesteld, waarbij opposanten stelden dat de beroepsgronden tijdig waren ingediend onder een ander zaaknummer.

De rechtbank beoordeelt in het verzet uitsluitend of het oordeel over de niet-ontvankelijkheid terecht was. Er is geen bewijs geleverd dat de beroepsgronden daadwerkelijk tijdig zijn ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn. De rechtbank concludeert dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring blijft in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL20.9507 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van

[naam 1] , opposant, en

[naam 2], opposante,
tezamen opposanten,
mede namens hun minderjarige kinderen
[naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] ,
V-nummers: [nummer 1] en [nummer 2]
(gemachtigde: mr. A. Agayev).

Procesverloop

Opposanten hebben op 27 april 2020 beroep ingesteld tegen twee afzonderlijke besluiten van staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 31 maart 2020.
Bij uitspraak van 25 juni 2020 met bovengenoemd zaaknummer heeft de rechtbank dit beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposanten hebben op 25 juni 2020 tegen deze uitspraak verzet gedaan. Zij hebben niet verzocht op het verzet te worden gehoord.

Overwegingen

1. In de uitspraak van 25 juni 2020 heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) het beroep van opposanten niet-ontvankelijk verklaard omdat de beroepsgronden niet tijdig zijn ingediend en niet gebleken is dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar is.
2. Bij brief van 25 juni 2020 hebben opposanten verzet gedaan tegen deze uitspraak. Daarbij heeft de gemachtigde namens opposanten aangevoerd dat op 19 juni 2020 de beroepsgronden bij zittingsplaats Den Haag onder procedurenummer NL20.11215 zouden zijn ingediend. Opposanten verzoeken de rechtbank de zaak alsnog inhoudelijk te behandelen.
3. In verzet kan slechts worden beoordeeld of de bestuursrechter in de buitenzittingsuitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
4. De gemachtigde heeft in verzet niet alsnog aangetoond dat hij de beroepsgronden tijdig heeft ingediend. Niet is gebleken van enig bewijs dat de gronden daadwerkelijk binnen de termijn voor verzuimherstel zijn ge-upload in een dossier dat bij de rechtbank bekend is onder nummer NL20.11215. De in verzet opgegeven reden laat dan ook buiten redelijke twijfel dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
5. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buitenzittingsuitspraak van 25 juni 2020 in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.H. de Zeeuw, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.