Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
nieuwefeiten en/of omstandigheden waarmee het Hof geen rekening heeft gehouden in zijn advies' buiten beschouwing kan blijven.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een gratieverzoek van een illegale vreemdeling die een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien jaar uitzit voor ernstige delicten, waaronder medeplegen van moord. De veroordeelde is vanwege een inreisverbod niet rechtmatig in Nederland en komt daardoor niet in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidstelling (VI).
Het hof Arnhem-Leeuwarden had geadviseerd het gratieverzoek toe te wijzen, stellende dat de gewijzigde wetgeving en het inreisverbod een omstandigheid vormen waarmee bij strafoplegging geen rekening kon worden gehouden. De Minister van Justitie en Veiligheid wees het verzoek echter af met koninklijke machtiging, onder verwijzing naar zwaarwegende argumenten en bijzondere omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verlenen van gratie een bevoegdheid van de Kroon is en dat de rechter niet kan dicteren hoe te beslissen. Hoewel het hof een positief advies gaf, is de motivering van dat advies onvoldoende, met name omdat het hof niet inging op persoonlijke omstandigheden, de bedoeling van de wetgever en jurisprudentie van de Hoge Raad. De rechtbank bevestigt dat afwijking van het advies van het hof mogelijk is bij bijzondere omstandigheden.
De rechtbank concludeert dat de afwijzing van het gratieverzoek niet onrechtmatig is en wijst de vorderingen van de eiser af. Tevens wordt de eiser veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het gratieverzoek van de illegale vreemdeling wordt afgewezen ondanks het positieve advies van het hof.