ECLI:NL:RBDHA:2020:8743
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergoeding rechtsbijstand wegens samenhangende rechtsbelangen
Eiser had een toevoeging aangevraagd voor rechtsbijstand in een kort geding over het opheffen van beslag, terwijl eerder een toevoeging was verleend voor een procedure over nakoming van een beëindigingsovereenkomst met de gemeente Rotterdam.
Verweerder trok de vergoeding voor de tweede toevoeging in omdat beide toevoegingen betrekking hadden op hetzelfde rechtsbelang, namelijk de afwikkeling van de arbeidsovereenkomst en de vaststellingsovereenkomst tussen eiser en de gemeente.
Eiser stelde dat het om verschillende rechtsbelangen ging, omdat de beslaglegging voortkwam uit een geschil met het UWV over een IVA-uitkering, terwijl de andere toevoeging ging over de transitievergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de toevoegingen niet los van elkaar stonden, maar samenhingen met dezelfde vaststellingsovereenkomst en dat verweerder terecht de vergoeding had ingetrokken.
Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de vergoeding voor rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard.