ECLI:NL:RBDHA:2020:8809
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitstel van vertrek ondanks psychische klachten en BMA-advies
Eiseres, met de Sierra Leoonse nationaliteit en lijdend aan een posttraumatische stressstoornis, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder wees dit verzoek af, mede gebaseerd op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) dat geen medische noodsituatie op korte termijn verwacht bij uitzetting.
Eiseres voerde aan dat het BMA-advies niet concludent was en dat verweerder niet aan zijn vergewisplicht had voldaan. Ook stelde zij dat verweerder het beleid niet had aangepast aan relevante jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De rechtbank oordeelde echter dat het BMA-advies inzichtelijk en concludent was en dat verweerder terecht geen medische noodsituatie aannam.
Verder stelde eiseres dat haar moederschap en de belangen van haar zoon in de beoordeling betrokken hadden moeten worden, maar de rechtbank stelde dat de aanvraag persoonsgebonden is en deze aspecten niet bij de beoordeling horen. Ook werd geoordeeld dat verweerder terecht geen hoorzitting hield omdat er geen redelijke twijfel bestond over het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest kan binnen vier weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen uitstel van vertrek te verlenen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.