ECLI:NL:RBDHA:2020:8811
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument op grond van artikel 9 Vreemdelingenwet 2000 na toetsing Chavez-Vilchez arrest
Eiser, een Kosovaarse nationaliteit dragende persoon, verzocht om afgifte van een verblijfsdocument op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, vanwege zijn zorgtaken voor zijn stiefdochters van Nederlandse nationaliteit. Verweerder wees de aanvraag af met het argument dat niet aan de criteria van het arrest Chavez-Vilchez werd voldaan, omdat eiser geen gezag over de referenten heeft en de afhankelijkheidsrelatie onvoldoende is aangetoond.
Eiser voerde aan dat verweerder de verklaringen onzorgvuldig heeft beoordeeld en dat er sprake is van daadwerkelijke zorgtaken en een affectieve relatie met de referenten. Tevens bracht eiser een gedragswetenschappelijk rapport in dat ernstige emotionele gevolgen bij uitzetting voorspelt. De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldoende heeft aangetoond dat de referenten gedwongen zouden zijn de EU te verlaten indien het verblijfsdocument niet wordt toegekend.
Daarnaast wees de rechtbank het beroep op het Handvest van de grondrechten van de EU en het IVRK af, omdat de belangen van het kind voldoende zijn betrokken en er geen directe grond is voor het toekennen van het document. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde eveneens, omdat verweerder niet verplicht is deze toets ambtshalve te verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter M. van Nooijen op 28 augustus 2020 en is later gepubliceerd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard.