ECLI:NL:RBDHA:2020:8829
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker, van Ethiopische nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 29 juni 2020 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld tijdens een zitting op 31 augustus 2020, samen met een verwante zaak. Verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien het feit dat de rechtbank bij een andere uitspraak op dezelfde dag al een beslissing heeft genomen op het beroep, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.E. Dutrieux en griffier J.F.A. Bleichrodt, en is in het openbaar uitgesproken op 9 september 2020. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep op dezelfde dag inhoudelijk is behandeld.