ECLI:NL:RBDHA:2020:8831
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Eritrese verzoeker
Verzoeker, van Eritrese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd bij besluit van 2 juli 2020 niet-ontvankelijk verklaard door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 31 augustus 2020, samen met een gerelateerde zaak. Tijdens de zitting waren beide partijen vertegenwoordigd door hun gemachtigden. Omdat de rechtbank inmiddels op dezelfde dag uitspraak had gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.13426), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. A.E. Dutrieux en bekendgemaakt op 3 september 2020. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld.