ECLI:NL:RBDHA:2020:8887
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis vanwege Nederlandse nationaliteit referente
Eiser, een Somalische nationaliteit bezittende vreemdeling, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij zijn echtgenote, de referente, die inmiddels de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat een afgeleide verblijfsvergunning asiel niet kan worden verleend indien de hoofdpersoon is genaturaliseerd.
Eiser stelde dat de datum van de adviesaanvraag bepalend was voor het voldoen aan de voorwaarden en verwees naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. De rechtbank oordeelde echter dat de beoordeling van de aanvraag moet plaatsvinden op het moment van de beslissing op de aanvraag, waarbij de Nederlandse nationaliteit van de referente doorslaggevend is.
De rechtbank verwierp het beroep tegen het bestreden besluit en verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk vanwege het toekennen van een dwangsom. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser voor het instellen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag is ongegrond verklaard.