Eisers, allen Ghanese familieleden van een referente, hadden aanvragen ingediend voor machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland. Na aanvankelijke afwijzingen vanwege ontbrekende informatie, verklaarde de staatssecretaris hun bezwaren gegrond en gaf toestemming voor het verlenen van de mvv’s. Eisers voerden echter bezwaar aan tegen de beperkte geldigheidsduur en ingangsdatum van de verleende verblijfsvergunningen.
De rechtbank overwoog dat eisers geen procesbelang hadden bij hun beroepen omdat de verblijfsvergunningen inmiddels verlengd waren tot 29 december 2024, waardoor zij rechtmatig verblijf hebben. Bovendien is een eerdere ingangsdatum van de verblijfsvergunningen feitelijk niet mogelijk omdat deze gekoppeld is aan de afgifte van de mvv, die aan strikte voorwaarden is gebonden.
Daarmee kunnen eisers met hun beroepen geen gunstiger positie verkrijgen. De rechtbank verklaarde de beroepen daarom niet-ontvankelijk en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter Bosman op 3 juli 2020, zonder openbare zitting vanwege corona-maatregelen.