ECLI:NL:RBDHA:2024:944
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan procesbelang bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 24 december 2018 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel verblijf als gezinslid bij zijn broer in Nederland. Deze aanvraag werd aanvankelijk afgewezen, waarna bezwaar en beroep werden ingesteld, die ongegrond werden verklaard. Na een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak werd een nieuw besluit genomen, waarbij het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard.
Eiser kreeg op 1 november 2023 een asielvergunning voor bepaalde tijd, geldig vanaf 19 december 2022. Verweerder stelde dat eiser geen procesbelang had bij het beroep omdat een eerdere ingangsdatum van de gevraagde verblijfsvergunning niet mogelijk is en eiser reeds rechtmatig verblijf heeft. Eiser voerde aan dat hij wel procesbelang had omdat de reguliere verblijfsvergunning een eerdere ingangsdatum zou hebben dan de asielvergunning.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen procesbelang heeft omdat hij reeds verblijfsrechtelijk is geregeld met een asielvergunning en een eerdere ingangsdatum van de mvv feitelijk niet mogelijk is. De rechtbank wees het beroep daarom af als niet-ontvankelijk en kende geen proceskostenvergoeding toe. Het beroep kon niet inhoudelijk worden behandeld vanwege het ontbreken van procesbelang.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.