Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 7 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Overwegingen
Daarnaast stelt eiser dat hij bij terugkeer naar Mosul ook te vrezen heeft omdat zijn familie met de Baath-partij sympathiseerde. Weliswaar was eiser zelf geen lid van de Baath-partij, noch zijn directe familie, maar eisers oom, [naam oom] [familienaam] , was gelieerd aan het regime van de Baath-partij. Zijn oom is na de val van Saddam Hoessein gouverneur van de provincie Ninewa geweest. De opmerking in de zienswijze dat deze oom vóór de val van Saddam Hoessein gouverneur was, is een kennelijke verschrijving. Uit een rapport van Rand Corporation blijkt dat zijn oom in maart 2004 uit zijn functie is ontheven wegens vermeende corruptie en banden met de Baath-partij. Het geassocieerd worden met de Baath-partij is een risicofactor. Eisers familie is Mosul ontvlucht vanwege de negatieve belangstelling door IS voor voormalig politici en militairen. De bezittingen van de familie zijn vernield en zijn familie is nu ontheemd. Zijn ouders verblijven in Duhok als ontheemden met toestemming van de Koerdische autoriteiten. Eiser heeft ter onderbouwing van deze stellingen in beroep foto’s van de vernielde bezittingen overgelegd en (vertaalde) kopieën van ontheemdenpassen van zijn ouders. Volgens eiser stelt verweerder ten onrechte dat van hem bij terugkeer verwacht mag worden dat hij kan aantonen niets te maken te hebben gehad met IS. Verweerder gaat eraan voorbij dat het UNHCR-rapport meldt dat van soennitische Arabieren sneller wordt aangenomen dat die betrokkenheid er is en hij kan niet aantonen dat hij twaalf jaar in Nederland is geweest.
“(…)depending on the individual circumstances of the case, (…) the following categories are likely to be in need of international refugee protection (…).”De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat deze bewoordingen aangeven dat van eiser verwacht mag worden dat hij aanvullende individuele omstandigheden aanvoert om als vluchteling te kunnen worden aangemerkt.