ECLI:NL:RBDHA:2020:8973
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering bijstand wegens verzwegen onverdeelde huwelijksgemeenschap
Eiseres ontving vanaf 21 mei 2012 bijstand, maar heeft nagelaten te melden dat haar huwelijksgemeenschap nog onverdeeld was. In 2018 werd de verdeling vastgesteld en bleek zij recht te hebben op een aanzienlijk bedrag. Verweerder trok daarop het recht op bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de bijstand terug.
Eiseres voerde aan niet te hebben geweten van haar aanspraak en dat de bezwaarschriftencommissie niet onafhankelijk was. De rechtbank oordeelde dat eiseres de inlichtingenplicht had geschonden omdat zij wist van de onverdeelde gemeenschap en dit had moeten melden. De aanspraak bestond al bij bijstandsaanvang, ook al was de waarde toen nog niet vastgesteld.
De rechtbank verwierp het beroep op dringende redenen om terugvordering te voorkomen, omdat eiseres dit niet aannemelijk had gemaakt. Ook was er geen sprake van schending van het motiveringsbeginsel of onpartijdigheid bij de bezwaarschriftencommissie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van bijstand wegens het niet melden van de onverdeelde huwelijksgemeenschap is ongegrond verklaard.