Eiser, voormalig rijksambtenaar, ontving vanaf 1991 een wachtgeldconforme uitkering tot zijn pensioengerechtigde leeftijd in 2015. Hij verzocht in 2019 om verhoging van deze uitkering tot 70% van het laatstverdiende loon, wat werd afgewezen omdat er geen relevante nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden. Tevens vroeg eiser schadevergoeding wegens het intrekken van zijn uitnodiging voor de Familiedag Douane Eindhoven 2018.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot verhoging van de uitkering terecht werd afgewezen, aangezien het intrekken van de uitnodiging geen verband hield met de uitkering en geen relevant nieuw feit vormde. Wat betreft het schadeverzoek stelde de rechtbank vast dat de intrekking van de uitnodiging niet onrechtmatig was, ondanks dat het als ongelukkig werd beschouwd en dat verweerder reeds excuses had aangeboden.
De rechtbank vernietigde het besluit dat het bezwaar tegen de schadevergoeding ongegrond verklaarde, omdat de verzoekschriftprocedure voor schadevergoeding volgens de Awb niet correct was gevolgd. Het verzoek tot schadevergoeding zelf werd echter afgewezen vanwege het ontbreken van onrechtmatigheid en causaal verband. Verweerder werd opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.