Eiseres ontving bijstand sinds augustus 2016. Verweerder trok het recht op bijstand van eiseres in over de periode van 17 juni 2017 tot 22 januari 2019, omdat zij met eiser een gezamenlijke huishouding voerde. Dit leidde tot terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand en hoofdelijk aansprakelijkheid van eiser.
De Sociale Recherche voerde onderzoek uit, waaronder huisbezoek, buurtonderzoek, waterverbruik en pintransacties. De verklaringen van buurtbewoners, het huisbezoek waarbij eiser werd aangetroffen met persoonlijke bezittingen, en het hoge waterverbruik op het uitkeringsadres ondersteunden het standpunt van verweerder.
Eisers betwistten de gezamenlijke huishouding en voerden tegenstrijdigheden aan in verklaringen en pintransacties, maar konden de feiten niet overtuigend weerleggen. De rechtbank oordeelde dat eiser ook zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres, waardoor de intrekking en terugvordering terecht waren.
De beroepen van eisers werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd schriftelijk gedaan vanwege de coronamaatregelen.