ECLI:NL:RBDHA:2020:9186
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering ontheffing geitenstop voor uitbreiding geitenhouderij in Krimpenerwaard
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard verzocht gedeputeerde staten van Zuid-Holland om ontheffing van de geitenstop in de Omgevingsverordening Zuid-Holland, noodzakelijk voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de geitenhouderij Mooimekkerland. De rechtbank oordeelt dat de uitbreidingen niet passen binnen het bestemmingsplan omdat de bedrijfsvoering niet voldoet aan de definitie van een grondgebonden graasdierbedrijf, aangezien de geiten niet worden geweid.
De rechtbank stelt vast dat de geitenstop in de Omgevingsverordening terecht is opgenomen op basis van wetenschappelijk onderzoek naar gezondheidsrisico’s rondom geitenhouderijen. Hoewel de geitenstop zonder formele zienswijzeprocedure is vastgesteld en zonder overgangsrecht, is dit niet voldoende reden om de bepaling onverbindend te verklaren. De rechtbank volgt het college niet in het standpunt dat bijzondere omstandigheden tot ontheffing leiden, omdat het belang van volksgezondheid zwaarder weegt dan het gemeentelijke belang bij behoud van agrarische activiteiten.
De rechtbank concludeert dat de uitbreiding van de geitenhouderij een omgevingsvergunning vereist waarbij van het bestemmingsplan moet worden afgeweken en dat daarvoor ontheffing van de geitenstop nodig is. Die ontheffing is terecht geweigerd, zodat het beroep ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van ontheffing van de geitenstop.