ECLI:NL:RVS:2020:2785
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen weigering ontheffing Omgevingsverordening Zuid-Holland voor geitenhouderij
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland had op 16 juli 2019 geweigerd ontheffing te verlenen aan het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard voor een geitenhouderij van verzoekster sub 2 te Stolwijk. Deze weigering betrof een ontheffing van de Omgevingsverordening Zuid-Holland, die onder meer een 'geitenstop' bevat die uitbreiding van geitenhouderijen beperkt.
Het college van burgemeester en wethouders en verzoekster sub 2 stelden beroep in tegen deze weigering, evenals tegen diverse besluiten omtrent handhaving en dwangsommen. De rechtbank verklaarde het beroep van het college ongegrond en was onbevoegd voor het beroep van verzoekster sub 2 tegen de weigering. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld en voorlopige voorzieningen gevraagd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college van burgemeester en wethouders en verzoekster sub 2 een spoedeisend belang hebben bij schorsing van de weigering, omdat de weigering gevolgen heeft voor handhavingsbesluiten die kunnen leiden tot faillissement. De voorzieningenrechter constateert juridische vraagpunten over de uitleg van de Omgevingsverordening, de definitie van bestaand aantal geiten, en de noodzaak van ontheffing. Gezien de onzekerheid en het belang van volksgezondheid en omwonenden, wordt de weigering geschorst en worden termijnen voor dwangsommen en invordering verlengd tot uitspraak in de hoofdzaken.
Daarnaast worden proceskostenvergoedingen toegewezen aan verzoekers en wordt het griffierecht vergoed. De voorlopige voorziening is niet bindend voor de bodemprocedure.
Uitkomst: De Raad van State schorst de weigering van ontheffing en verlengt termijnen voor dwangsommen en invordering tot uitspraak in de hoofdzaken.