ECLI:NL:RBDHA:2020:9187
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen weigering ontheffing geitenstop
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de weigering van gedeputeerde staten van Zuid-Holland om ontheffing te verlenen van de geitenstop zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Het college van burgemeester en wethouders (b&w) had deze ontheffing aangevraagd ten behoeve van de legalisatie van uitbreidingen van een geitenhouderij. De geitenhouderij, gevestigd te Stolwijk, stelde beroep in tegen de weigering van gedeputeerde staten.
De kern van het geschil betreft de vraag of de geitenhouderij zelf rechtstreeks beroep kan instellen tegen het besluit van gedeputeerde staten, of dat alleen het college van b&w dat recht heeft. De rechtbank overweegt dat op grond van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht alleen het college van b&w bevoegd is om beroep in te stellen tegen het besluit dat betrekking heeft op de ontheffing.
De rechtbank wijst erop dat het beroep niet door het college van b&w is ingesteld, maar door de geitenhouderij zelf. Hierdoor verklaart de rechtbank zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. De rechtbank verwijst naar een andere procedure waarin het college van b&w wel beroep heeft ingesteld tegen hetzelfde besluit. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt vermeld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep omdat het niet door het bevoegde college van burgemeester en wethouders is ingesteld.