ECLI:NL:RVS:2019:965
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toetsing brancheringsregeling Verordening ruimte 2014 aan Dienstenrichtlijn en ruimtelijke ordening
Deze uitspraak betreft vier samenhangende bestuursrechtelijke zaken over de weigering van ontheffingen door het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland voor grootschalige sportdetailhandel in Schiedam en Den Haag, met name vestigingen van Decathlon.
De Afdeling beoordeelt de ontvankelijkheid van de beroepen, waarbij zij oordeelt dat niet alleen de aanvragers, maar ook andere belanghebbenden als [appellante sub 4] en [appellante sub 5] belanghebbende zijn. Vervolgens wordt de brancheringsregeling in artikel 2.1.4 van de Verordening ruimte 2014 uitgebreid getoetst aan de Dienstenrichtlijn. De Afdeling stelt vast dat de regeling in de versie 2014-I strijdig is met artikel 15, derde lid, onder c, van de Dienstenrichtlijn en daarom buiten toepassing moet blijven, terwijl de latere versies II en III deze strijd niet vertonen.
De Afdeling bespreekt de ruimtelijke en economische belangen die met de regeling worden nagestreefd, zoals het voorkomen van leegstand en het behoud van leefbaarheid in stadscentra. Zij concludeert dat deze doelen ruimtelijk relevant zijn en dat de regeling geschikt is om deze doelen te bereiken, mede op basis van een analyse met specifieke gegevens die het college heeft overgelegd.
Ten aanzien van de weigering van ontheffingen oordeelt de Afdeling dat deze besluiten niet in stand kunnen blijven omdat het verbod in Verordening ruimte 2014-I niet gold en er geen grondslag was voor weigering. Ook de reactieve aanwijzingen van het college om de bestemmingsplannen te handhaven worden kritisch beoordeeld; het college heeft onvoldoende afgewogen of ontheffing had kunnen worden verleend, terwijl de ontheffingsmogelijkheid in de verordening juist voor bijzondere gevallen is bedoeld.
De Afdeling verklaart artikel 2.1.4 van Verordening ruimte 2014-I buiten toepassing, handhaaft de latere versies II en III, en oordeelt dat de weigering van ontheffingen niet rechtmatig is genomen.
Uitkomst: Artikel 2.1.4 van Verordening ruimte 2014-I wordt buiten toepassing verklaard; weigering ontheffing en reactieve aanwijzingen worden vernietigd.