Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
- 12 december 2018, 11 maart 2019, 4 juni 2019, 22 augustus 2019, 7 november 2019 (steeds pro forma);
- 14 t/m 16 januari 2020 (inhoudelijke behandeling);
- 23 januari 2020 (sluiting onderzoek).
2.De tenlastelegging
- samen met anderen cocaïne heeft bewerkt en cocaïne en hennepolie aanwezig heeft gehad op de [adres 1] in Den Haag (feiten 1 en 2);
- samen met anderen cocaïne en hennepolie heeft bewerkt en cocaïne aanwezig heeft gehad op de [adres 2] in Den Haag (feiten 3 en 4);
- samen met anderen cocaïne en hennepolie aanwezig heeft gehad op de [adres 3] in Den Haag (feit 5);
- heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich bezighield met het plegen van in de Opiumwet strafbaar gestelde feiten (feit 6);
- samen met een ander een identiteitskaart heeft vervalst en/of dat hij die valse identiteitskaart voorhanden heeft gehad (feit 7).
3.Bewijsoverwegingen
Op 30 juni 2018 is op de [adres 1] in Den Haag een drugslaboratorium en ongeveer 40 kilo cocaïne aangetroffen. Deze vondst vormde de start van het opsporingsonderzoek [onderzoeksnaam] . De politie ontving op 9 juli 2018 de volgende MMA-melding:
7 juli 2018tot en met 31 augustus 2018 te 's-Gravenhage, in een pand aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met anderen, meermalen (telkens) opzettelijk heeft bewerkt en verwerkt een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
,een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
enals bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
7 juli 2018tot en met 1 september 2018 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten onder andere [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en/of (een) tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het bewerken en verwerken en opzettelijk aanwezig hebben van een middel als bedoeld op lijst I van de Opiumwet (cocaïne);
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen goederen
8.De toepasselijke wetsartikelen
- 47, 57 en 231 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10 en 11b van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.
9.De beslissing
72(
tweeënzeventig)
maanden;