ECLI:NL:RBDHA:2020:9389
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende aannemelijkheid homoseksuele geaardheid uit veilig land van herkomst
Eiser, een Tunesische nationaliteit, heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend op grond van zijn homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende bedreigingen in Tunesië. Verweerder wees de aanvraag af omdat Tunesië als veilig land van herkomst geldt en eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit voor hem anders is.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser onvoldoende concreet en consistent heeft verklaard over zijn homoseksuele geaardheid en de gevolgen daarvan. Eiser kon geen gedetailleerde informatie geven over zijn ontdekking van zijn geaardheid, zijn relaties, noch over de LHBTI-gemeenschap in Tunesië. Verweerder heeft bovendien voldoende doorgevraagd tijdens het gehoor.
Daarnaast heeft eiser aangevoerd dat verweerder onvoldoende internationale rapporten heeft betrokken en dat hem onterecht geen extra termijn is gegeven voor aanvullingen. De rechtbank verwerpt deze gronden en concludeert dat het bestreden besluit niet in strijd is met zorgvuldigheids- en motiveringsbeginselen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.