ECLI:NL:RVS:2017:2781
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling Tunesië als veilig land van herkomst en afwijzing asielaanvraag
De staatssecretaris wees op 27 februari 2017 de asielaanvraag van een Tunesische vreemdeling af, bepaalde dat hij Nederland onmiddellijk moest verlaten en legde een inreisverbod op. De rechtbank verklaarde de aanwijzing van Tunesië als veilig land van herkomst onverbindend en vernietigde het besluit, waarbij zij de aanvraag alsnog ongegrond afwees. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onderzocht of de aanwijzing van Tunesië als veilig land van herkomst voldoet aan de wettelijke vereisten. De minister had uitgebreid onderzoek gedaan naar de juridische en feitelijke situatie in Tunesië, onder meer aan de hand van rapporten van Amnesty International, Human Rights Watch, het US Department of State en andere internationale bronnen.
De Afdeling concludeert dat Tunesië voldoet aan de criteria van een veilig land van herkomst, met een deugdelijk systeem van rechtsmiddelen en wetgeving die vervolging en behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro verbiedt. Hoewel er aandachtspunten zijn zoals corruptie, discriminatie en problematiek rond LHBTI's, vormen deze geen reden om Tunesië als onveilig aan te merken.
Daarom vernietigt de Afdeling het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzingsbesluit ongegrond. De Afdeling wijst erop dat de rechtbank reeds een oordeel had gegeven over andere beroepsgronden die niet in hoger beroep zijn bestreden. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanwijzing van Tunesië als veilig land van herkomst wordt bevestigd en het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.