Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Panda Recycling B.V.,
Rechtbank Den Haag
Panda Recycling B.V. verzocht de kantonrechter om betaling van een gefixeerde schadevergoeding van €7.093,26 plus buitengerechtelijke kosten van €729,66 van haar voormalige werknemer, vanwege een ontslag op staande voet op 6 mei 2020. Panda stelde dat het vertrouwen in de werknemer was geschaad, waardoor zij aanspraak maakte op de schadevergoeding ex artikel 7:677 lid 2 sub Pro 3a BW.
De werknemer verzocht het verzoek af te wijzen en werd in het ongelijk gesteld. De kantonrechter verwees naar een eerdere beschikking onder zaaknummer 8606830 waarin het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig werd verklaard. Op basis hiervan kon het verzoek tot betaling van de schadevergoeding niet worden toegewezen.
De kantonrechter veroordeelde Panda in de proceskosten, vastgesteld op €480, en verklaarde de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. De beschikking werd uitgesproken op 11 augustus 2020 te Gouda.
Uitkomst: Het verzoek tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding wegens ontslag op staande voet wordt afgewezen omdat het ontslag niet rechtsgeldig was.