ECLI:NL:RBDHA:2020:9461
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen eervol ontslag wegens opheffing betrekking en onvoldoende begeleiding re-integratie
Eiser was sinds 1988 in dienst bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag en kreeg in 2019 eervol ontslag wegens opheffing van zijn betrekking. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende inspanningen had verricht om hem te begeleiden naar een andere baan en het volgen van cursussen, en dat hij aan zijn lot was overgelaten.
De rechtbank oordeelde dat het ontslagbesluit van 2017 niet ter toetsing lag, maar dat het nu ging om het effectueringsbesluit en de vraag of verweerder voldoende had gedaan in het Van werk naar werk-traject. Uit het dossier bleek dat de mobiliteitsadviseur regelmatig contact had met eiser, hem ondersteunde bij sollicitaties en evaluaties hield. Eiser had geen schriftelijke klachten ingediend en had geen gebruik gemaakt van de mogelijkheden om een geschil voor te leggen aan de paritaire commissie.
De rechtbank concludeerde dat verweerder zich voldoende had ingespannen en dat de bezwarencommissie terecht had geoordeeld dat eiser de door hem gewenste opleiding mocht volgen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Kleijn op 30 september 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het effectueringsbesluit tot eervol ontslag wordt ongegrond verklaard omdat verweerder voldoende inspanningen heeft verricht.