ECLI:NL:RBDHA:2020:9470
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.D.M. Michael
- H.M.H. de Koning
- G.J.W.M. Kipping
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek heroverweging intrekking verblijfsvergunning wegens nationale veiligheidsrisico's
Eiser, met Marokkaanse nationaliteit, had in 2000 een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd bij ouder(s). Deze vergunning werd in 2014 ingetrokken vanwege individuele ambtsberichten van de AIVD die hem als gevaar voor de nationale veiligheid bestempelden. Tevens werd een inreisverbod van 20 jaar opgelegd. In 2018 vroeg eiser opheffing van het inreisverbod, heroverweging van de intrekking en verlening van een nieuwe verblijfsvergunning. De AIVD bevestigde in juni 2018 dat eiser sinds april 2016 afstand had genomen van het jihadistische gedachtegoed.
Verweerder hief het inreisverbod op, wees het verzoek tot heroverweging af en verleende een verblijfsvergunning met ingang van 10 september 2018, de datum van de aanvraag. Eiser voerde aan dat de vergunning met terugwerkende kracht per april 2016 had moeten ingaan, omdat hij toen aan de voorwaarden voldeed. De rechtbank oordeelde echter dat artikel 26, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 bepaalt dat de verblijfsvergunning niet eerder kan ingaan dan de dag van ontvangst van de aanvraag.
De rechtbank stelde vast dat de eerdere intrekking op grond van de ambtsberichten van 2014 en 2015 in rechte was bevestigd en dat het ambtsbericht van 2018 alleen bevestigde dat de situatie sinds april 2016 was veranderd. Het feit dat de AIVD de informatie pas in 2018 verstrekte, kon eiser niet worden aangerekend, maar rechtvaardigde geen terugwerkende kracht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de heroverweging van de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de vergunning blijft 10 september 2018.